Opdateret d. 19.05.2012
VOORWOORD
Hier volgt een omschrijving van ons geslachtsboek van 1988:
I. Vop (Foppe) Hoene,
genoemd in 1396 (in leven) als belender van 6 morgen leenland te Ouderkerk a/d IJssel, overl. vóór
12.06.1409. tr. N.N.
Kinderen:
1. Gheeraert? Voppensz. landpoorter van Dordrecht 1445, 1450, tr. Margriet (Snoeyendr.);
uit dit echtpaar stamt de familie Snoey te Ouderkerk a/d IJssel.
2. Jacob? Voppensz., landpoorter van Dordrecht 1445.
3. Pieter Voppensz. (volgt II)
Ia. Ocker Johannsz. Besemer.
Geb. in 1330 in Esslingen (D), overl. 1400 Dordrecht
Kind:
1. Jan Ockersz. Bezemer (volgt IIa)
II. Pieter Voppensz.,
landpoorter van Dordrecht 1445, 1450 heemraad van Ouderkerk a/d IJssel 1453-1455, is op 13-06.1462
geld schuldig aan (zijn zoon) Besemer Pietersz., overl. tussen 1462 en 1476, tr. Ave (Ffye/Awyn) Besemer
(volgt IIa) dochter van Jan Besemer Okkersz. Zij leeft nog 1476.
Kinderen:
1. Jan Besemer (volgt III)
2. Hendrick (volgt IIIa)
3. N.N. dochter, tr. Willem Jansz. van der Ness, heemraad van Ouderkerk a/d IJssel 1453-1476, 1482,
1485, 1492-1493; op 10.04.1473 beleend met 12 morgen land te Ouderkerk a/d IJssel bij overdracht
door Gerard Michielsz., vermeld 1487, overl. vóór 12.01.1499 als zijn zoon Vincent beleend wordt met
het eerder genoemde leenland.
4. Lysbeth, tr. Jan Boudijnsz., heemraad 1453-1471/73, schout 1474-1487/88 van Ouderkerk a/d IJssel,
verkoopt 01.08.1466 3½ morgen land gelegen in de polder De Zijde ("wincobslude" Besemer Pietersz),
vermeld 1487, schenkt de Heilige Geest een rente van 2 pond Holl. per jaar waardoor jaarlijks voor hem
en zijn vrouw op zondags na Sinte Jacobsdag een mis zal worden gelezen. Haar zoon Wouter Jansz.,
volgt hem op als schout van Ouderkerk a/d IJssel (1488-1501, 1519-1530), wiens dochter Anna
Wouter Jansdr. tr. met Pieter Peyensz.
(waaruit de latere familie Hoogerwaard te Zoetermeer /Hillegersberg).
Leenman van de hofstad Arkel. (De naamdragers "Besemer" laten zich tot twee stamgroepen samen
vatten. De eerste stamgroep omvat de Ridderkerkse en Oud-Alblasse familie en de tweede stamgroep de
Ouderkerkse familie. Beide stam-groepen hebben aantoonbar relaties met Oud-Alblas gelegen in de
Alblasserwaard waar wij de herkomst van deze familie(naam) moeten zoeken. Zoo was in 1485 Hendrick
Besemer te Oud-Alblas landpoorter van Dordrecht. Enige jaren later is hij overleden en verkopen zijn
erfgenamen hun erfdelen in de erfenis waaronder op 6 september 1497 voor 1/24e deel Jacob Jansz. en
Huych Heynricksz. Voor hun zelf en samen voor alle andere erfgenamen van Pieter Voppensz. In de
erfgenamen herkennen we de Ouderkerkse familie Besemer. De genoemde Pieter Voppensz. en zijn vrouw
Ave komen voor in het register van de Heilige Geest en te Ouderkerk. Zij schonken een jaarlijkse rente van
20 stuivers waarvoor ieder jaar op zondag na Pinksteren een mis moest worden opgedragen. Deze
gegevens laten zich goed combineren met een acte uit 1476, waarbij Hendrick Pietersz. als voogd optreedt
over de weeskinderen van Besemer Pietersz. die overleden is en belooft uit naam van Jan Pietersz. 120
"rjnse guldens" uit de gemene boedel, waarmee de aankoop van leengoed is gefinancieerd, in zes jaar terug
te betalen aan hun moeder Awijn Besemer, Pietersz weduwe (Aijn=Avy/Avey(n) en Ave voornamen
afgeleid van de vrouwsvoornaam Ave resp. Aefje/Aefke. Uit de aangehaalde acte blijkt nu ook haar
toenaam "Besemer". Zij staat dus in genealogisch verband tot Hendrick Pietersz. Voluit heet hij "Jan
Besemer Pietersz" en is vernoemd naar zijn moederlijke grootvader "Jan Besemer. Het "afkappen" van de
eerste naam wordt vaker in dergelijke gevallen gesignaleerd in geval van vernoeming met een (versteend)
patroniem of volledige achternaam.
Enkele voorbeelden: 1.Aelbert Jacob Hendrickx, overleden voor 1522 te Schalkwijk tr. Margriet Jacobs
Rossum. Hun zoon komt voor als Rossum Aelbertsz. of wel voluit Jacob van Rossum Aelbertsz.
II.Nachtegael Jansz. Hij is identiek aan Odzier Nachtegael Jansz. (zie Ons Voorgeslacht nr. 378 december
1987; De familie Besemer uit Ouderkerk a/d IJssel door B. de Keijzer).
IIa. Jan Ockersz. Besemer,
geb. 1365 te Dordrecht, overl. 1422 Oud Alblas.
Kinderen:
1. Ave (Ffye/Awyn) Besemer, geb. 1400 te Dordrecht, tr. Pieter Voppensz. (zie II), leeft 1476.
2. Jan Jansz. Besemer, (volgt IIb)
terug naar ouders Register
IIb. Jan Jansz. Bezemer,
geb. ca 1405 te Dordrecht, start tak Ridderkerk.
Kind:
1. Heynrick Jansz. Besemer, geb. 1440 Henrik Ido Ambacht, overl.ald. 1520, hoogheemraad.
III. Jan Besemer Pietersz,
(komt ook voor als Besemer Pietersz. en een enkele keer als Jan Pietersz.),
heemraad van Ouderkerk a/d IJssel 1474-1476, ontvangt op 13.06.1462 een "warinc" van Jan Bouwensz.,
Willem Jansz. (zijn zwager) en Heinric Pietersz. (zijn Broer) van al het land dat zij hebben in het weer waar
Besemer woont, op 10.04.1473 beleend met 12 morgen land bij overdracht door Gerard Michielsz., overl.
vóór 17.06.1476 als zijn zoon Adriaan (nog minderjarig) beleend wordt, tr. N.N.
Kinderen:
1. Adriaen, geb. 1464, schout van Ouderkerk a/d IJssel 1502-1515, verhuurt op 01.05.1487 samen met
Willem Jansz. van der Nes de leenlanden (totaal 24 morgen) aan Jan Aertsz., vermeld 1478, draagt op
22.04.1493 het leenland over aan Jan Korstensz., in verband met deze overdracht wordt op 25.03.1500
nog waarborgen gesteld waarbij zijn broer Cornelis Jansz. borg is, vermeld in de kerfcedulle van 1507,
vermeld in de informatie als schout oud 50 jaar, kavelt op 14.03.1515 met Wouter Jansz. (zijn neef) het
Breeweer(= de weren 115 en 116) groot 17 morgen ieder voor de helft, op deze weer rusten de
schenkingen aan de Heilige Geest van Pieter Voppensz. en Jan Bouwensz., verkoopt twee werfjes op
21.06.1517 aan Huye Jan Claesz., overl. vóór 13.02.1518 als het gerechtshuis verhuurd wordt, tr.
Kateryn, als weduwe vermeld mei 1518 en 20.05.1518, zij schenkt 01.05.1520 aan de Kerk 1 morgen
land gelegen in het Breeweer voor de jaargetijde van Arien Jansz. Bezemer en Geerte haar dochter (in de
marge staat Jan Jansz. timmerman deze morgen overgedragen heeft aan Jan Voppensz.
Kind:
a. Jan Besemer
Kind:
a. Adriaen
Kinderen:
a. Mathijs
b. Lenaert
2. Jan, (volgt IV)
3. Jacob, (volgt IVa)
4. Cornelis, heemraad van Ouderkerk a/d IJssel 1514.1516, 1521.1523, is geld schuldig op 25.07.1494
met als onderpand 6 morgen land in de polder De Zijde (= weer 117 groot 7 morgen) en bezit het
daarnaast gelegen weer (= weer 118 groot 6 morgen), vermeld in de kerfcedulle van 1507, is voogd
over Bouwen Michielsz. in 1514 en 04.08.1517, geeft op 01.05.1521 aan Bouwen Michielsz. 2 morgen
land in westviertel (= weer 118) en verhuurt zijn "Noeterdijk" aan Vincent Walichsz. voor 11 jaar op
22.03.1521, overl. vóór 06.02.1525, tr. Katerijn, als weduwe vermeld 06.02.1525 als zij aan Bouwen
Michieisz. een ½ morgen geeft gelegen in haar hofstede.
terug naar ouders Register
IIIa. Hendrick Pietersz.,
geb. 1432 in Ouderkerk a/d IJssel, huurt op 29.06.1457 6 morgen land te Ouderkerk van Arien Jansz.,
geeft samen met zijn zwagers aan zijn broer een "warinc" op 13.06.1462, ontvangt zelf een "warinc" voor
10 jaar van Willem Jan Vrientsz. van het land in het "oude huysken" groot 12 morgen (= weer 138 en 139),
vermeld 1487, pacht in 1488 de korentiende in de polder de Hoge Nesse, is in 1494 geld schuldig, overl,
vóór 1497 als zijn zoon optreedt als erfgenaam van Pieter Voppensz. tr. Neelken, vermeld in 1504 als
weduwe.
Kind:
1. Huych (volgt IIIb)
terug naar ouders Register
IIIb. Huych Hendricksz. Besemer,
heemraad van Ouderker a/d IJssel 1500.1501, 1507.1508, vermeld als erfgename van Pieter Voppensz. in
1497, vermeld in de kerfcedulle van 1507, doet op 07.11.1516 rekening en bewijs voor zijn zoon Ocker
ten overstaan van Pieter. en Cornelis Ockersz (de ooms van het kind en Jan Huygens (broer) als voogd, en
rekent af met zijn zoon Ocker Hugensz. op 25.10.1527, beklaagt zich over Feys Jansz. in 1525 vanwege
een kade, koopt in 1527 2 morgen min 1½ hont land, heeft in 1529 problemen met Aert Ariensz., over het
"rijs howen" waarbij Jan Jansz. (Besemer) een getuigenis aflegt, schenkt de Heilige Geest een rente van 11
stv. per jaar waarvoor jaarlijks voor hem en zijn vrouw Hillegont op zondag voor Sinte Pieter ad cathedram
een mis zal worden gelezen, tr. Hillegont Ockersdr.
Kinderen:
1. Cornelis (volgt IIIc)
2. Jan (volgt IIId)
3. Hendrick, vermeld in de 10e penning van Ouderkerk a/d IJssel 1543-1561 voor 12 morgen (= weer
124), is op 01.05.1544 met zijn broer Vincent geld schuldig waarbij zij als onderpand stellen hun
hofstede.
4. Vincent, heemraad van Ouderkerk /d IJssel 1536, 1555; uit latere transportacten blijkt dat Hendrik en
Vincent samen de hofstede en landerijen (= weer 124 en 138/139) beheerde. Hendrick en Vincent
hebben geen kinderen nagelaten.
5. Geertge, tr. Willem Adriaensz., waaruit twee kleinzoons Huych. en Pieter Jaconsz., won. Poortugaal.
Zij verkopen op 02.06.1586 hun aandeel in de hofstede en landerijen (= weer 124 en 138/139)
gekomen van Hendrick. en Vincent Huygen aan Hillegont Cornelis Huygendr.
6. Ocker, testeert 19.05.1543, overl. vóór 29.01.1545 als zijn erfgenamen (broers en zuster) geld tegoed
hebben van Jacob Jensz.
Toelichting:
Uit studie blijkt dat regelmatig gebruik is gemaakt van de herkomst bepaling van de stukken land, die in de
verschillende acten naar voren komen. Aaan de hand van het weerboek van Ouderkerk a/d IJssel Anno
1734 en de lijsten van de 10e penningen (1543-1561), die op geografische volgorde opgested zijn, kan er
een redelijk goed beeld gevormd worden van de landerijen met hun respectievelijke eigenaren of gebrui-
kers. Gecombineerd met een bewaard gebleven lijst ui 1507 eveneens opgesteld op geografische volgorde
wordt dit beeld doorgetrokken tot het gegin van de 16e eeuw.
De volgende landerijen waren rond 1500 in het bezit van of in gebruik bij de familie Besemer.
| weernummer | oppervlakte in morgen | eigenaar/gebruiker |
| polder De Geer | ||
| 95 | 16 | Jan Huygensz. |
| 98 | 12 | Jan Besemer Pietersz. (1473) leenland |
| 99 | 12 | Willem Jansz van de Ness (1473) leenland |
| polder De Zijde | ||
| 115/116 | 17 | Wouter Jansz in 1515 gesmaldeeld tussen |
| Adraen Jansz Besemer en Wouter Jansz | ||
| 117 | 7 | Cornelis Jansz Besemer |
| 118 | 6 | Cornelis Jansz Besemer |
| 121 | 8 | Jan Jansz Besemer |
| 124 | 12 | Huych Hendricksz Besemer |
| 136/137*) | 16 | Jacob Jansz Besemer |
| 138/139*) | 12 | Heunric Pietersz (1471) |

|
Zegel van Matthijs Jansz Besemer, 7.9.1559; randschrift: S. Mathys Jansoon Besemer. G.A. Ouderkerk a/d IJssel. |
Jacobsz, overl. 1567/68 als zijn zoon Jan hem opvolgt als schout, tr. N.N. |

| 1 5 10 15 20 25 30 |
In de naeme ons Heere amen. Kennelijck sij eene ijgelijcke bij dese instruuerende dat inde jare sestienhundert negenen twintich in de twaalfde indictie op de vierentwintichste Augustij voor noene omtrent elff uren voor mijn Jacob Druyfhuys notaris publijcq bij de Hove van Hollant geadmitteert tot Rotterdam residerende: en de onderschreven getuigen in eijgene persoonne gecomen ende gecompareert is, Adriaen Lenertsz Besemer, woonende in Keetten onder Capelle aen dIJsselt, sieck van lichaemme ende te bedde leggende doch sijn verstant ende memorije wel hebbende ende met volcomen uijtspraecke getuijchende ende verclaerde uijt vrije voorbedachte wille ende uijt deliberatie beraden te sijn ende ernstig te begeren in tijts van sijnne lijffelijcke goederen te disponeren. Eerst bevelende sijn ziele in handen van de barmherticheijt Godes ende sijn doode lichaem de begravinge ter aerden ende comende ter dispositie van sijnne lijffelijcke goederen soo heeft hij testateur Adriaentge Dircdr sijnne huijsvrouw gemaect ende mits desen gelegateert het besit ende t vrucht gebruyck alle sijne naertelaten goedern soo lange ende ter tijt toe dat Dirck Adriaensz sijn jongste zoone tot sijn achtien jaren sal gecomen sijn, mits sij Adriaentge Dircsdr uijt ende op de laste der selve vruchten hunne minderjarige kinderen t hunne mondige dagen sal opvoeden, ende dit alles soo sij Adriaentge Dircsdr ongehuowet bleve, maar ingevalle sij Adriaentge Dircsdochter har ?? eer haren jongste zoon mondich ware haer ten anderen huwelijcke quame te begeren, soo wilt ende ordonneert hij testateur mits desen en t in die gevalle van t andere huwelijcke de etc etc |


| Merk | Jacob Dirkzn. | handtekening |
| Pleun Cornelis | Oosterbaan |
| Willem Janen Reusens |
| de somma van | 1157. 5.12 |
| waarvan afgetrokken zijn voor reis en teerkosten en verdere onkosten | |
| gevallen in de bevorderen van de voorsz. erfenis de somma van | 8.10.12 |
| blijft overig nog | 1148.15 |
| voor een gerecht vijfde part, bedragende | 229.15.. |
| Merk | Arijens Pleunen | Handtekening: |
| Pieter Janse Borst | Phillips Adolfse | |
| Jan Arijens de Jonge | ||
| Arij Gerritsen |
|
Bel: ten oosten 1655: Jan Pieters Besemer met huis 1660: Steven Jansz. Mul 1689: Jan Stevens Mul |
ten westen Leendert Jans Cors Jan Pieters, wagenmaker Aerjaentje Texelius |
|

5 10 15 20 25 30 |
Op huijden den 7 Julij anno 1687 compareerden voor mijn Corn: van Gesel openbaar notaris bij den Ed: hove van Holland geadmt Residerende binnen der stad Schiedam, ter presentie va ondergest getuijgen, Arien Pleune en Jaepje Pleunen sijn huysvrou mitsgaders Maritje Otto van Seijs huijsvr: van Pr Ammoreus, alle woonende op het hooft deser stede dewelcke veclaerde bij ware woorden in plaats van eede ten versoecke van wel Ed: gestrenge heer Jan Boreel, Ruard 'slandts van Putten, waer ende waaragtig te sijn, dat den voorn Arij Pleune door de pagters in het Swanegat bij de dam waarmede men hetselve wil stoppen met sijn schuijt inhebbende 30 brooden met 3 agtendeel meel waermede denselven van Capelle was gekomen, omtrent allerheijligen lestleden, aengehaelt sijnde naer dat denselven daer over onder het stadhuys van Rotterdam omtrent 7 off 8 dagen was gegijselt geweest; die fruade en contraventie bij hem in den impost vant gemael gepleegt, met den heer Baillju van Rotterdam hebben afgemaeckt; ende nopende de boete geaccordeert op den somme van 200 gl: boven en behalven de costen ter somme van 70 gl: dienaengaende gevallen, alsoo sijn Ed seijde dat de pagters het niet minder wilde doen; gevende voor Redenen van Welwetenschap als in de text en wel special: de attestanten Jaepje Pleunen en Maritje Otto, dat sij benevens eenen Samuel forman woon: tot Rotterdam, de geaccordeerde penningen aen gem: heer Baillju hebben toegetelt in voldoeninge van het accord bij henl (ieden) met sijn Ed: wegens de voors: fraude getroffen. Wijders niet getuijgende presente(rend) etc: Aldus gedaen en gepasseert ter presentie van Corn: Thijs de Vinck, en Arien Ariensz Besemer als getuigen dit merck gestelt bij Arien Pleune Jaepje Pleune Maritje Otto Corn Thijs de Vinck Arij Ariensz Besemer (handtekening) |

|
1 5 10 15 20 25 1 5 10 15 20 25 1 5 10 15 20 25 |
De comparanten hebben verklaart 919 in den 200e penningh niet te wesen gequotiseert Op heden de 27 Novemb 1708 compareerden voor mij Adriaen van der Meer Notaris Publijcq en voor de naergenoemde Arijen Pleunen Besemer en Jaepje Pleunen egteluiden wonende op het Hooft dezer stad mijn Notaris bekent te kenne gevende genegen te wesen te disponeren van hare naetelaten goederen, soo verklaren sij comparanten naer revocatien van alle voorgaande testamenten malkanderen reciproquelijck dat is over en wweder over, de eerststervende, de langstlevende van hun beijden tot sijn, ofte haer aanig en universeel erffgenaem te hebben genomineert en geinstrueert gelijck de eerststervende de langslevende van hun beijden, tot sijn, ofte haer eenige ende universeel erffgenaem nomineren en justitueren bij desen in en tot allesodanige goederen reorende en onroerende niets uytgesondert, 't gene bijde eertsstervende van hun beijde sal werde agtergelaten Omme bij de langstlevende in vollen eijgendom te werden aengevaert en behouden met volle regten van justitie, mits dat den langstelevende de minderjarige kint en kinderen die sij tesamen hebben geprocreert en bij de eerststervende naergelaten wierde eerlijke 920 te moeten opvoeden en van alle lijfsbehoeften versorgen tot derselve mondige dage oft eerder troudag toe, en als Cornelis Arijens Pleunen en Jan Arijens Pleunen uyt het huis van de langstlevende, vertrecken soo sal de laangstlevende aendeselve moeten laten volgen het halve want met een goede schuijt, ofte een nieuwe dat alles wesen sal in en tot voldoening van de kinderen haer legitime portie, gelijck tot voldoening van delegitime portie De meerderjarige en getroude kinderen sal strecken alle hetgene deselve alrede genoten en geproffiteert hebben, waerinne deselve alsoo tot mede erffgenaeme invoegen en tot voldoening van haer legitime portie werde geinstritueert maer indien de tweede comparante eerst sterft soo sal haer voorn man aen haer dogter Ariaentje Aryens Pleunen moeten uytreycken en voldoen haer comparanter beste mantel en drie nieuwe hemde En nae doode van de langstlevende soo verklaren sij als dat Cornelis, Jacob, Jan en Ariaentje Aryens Pleunen, vooraff sullen moeten trecken en genieten een groote kopere ketel daer het want in getaent werdt, 't welck haerlieden ter laester doot wert geprelegateert Laestelijcke verklaren sij comparentern soo wel den 921 langstlevende als de eerststervende uyt haren boedel en geoderen mitsgaders van alle opsigt teser kinderen en uyttesluiten alle geregte en weesmannen en speciael deselve vanden geregte en weeskamer deser stad oft daerselve sterffhuis quam te vallen off eenige goederen off minderjarige descendenten wierde gevonden, tot dieneynd verklaert den eerststervende den langstlevende van hun beijde te stellen en te noemen tot voogt oft voogdesse over de minderjarige decendenten die bij de eerststervende sullen werden naegelaten, met magt omme andere nevens hun oft in hun plaets te stellen, dewelke sullen hebben gelijcke magt alle 't welcker staet haer comparanten voor gelesen en wel beduit dewelke verklaren hetselve te wesen haerlieder testament en uijtterste wille, begerende dat het nae haerlieder doot sal werde agtervolgt sij als testament, codicil, gifte uytsake des doots oft andersints soo herselve best sal kunnen bestaen, alwaere t dat in dese eenige solemniteiten van regte geregelt ware geomitteert houdende deselve voor geinsereert, implorerende tot dieneynde t behulp van alle regte en regteren, aldus gedaen en gepasseert ter presentie van Tomas Valentijn en Pieter Ockers als get |

|
Merk Arien Pleunen Besemer Merk Cornelis Ariens Besemer |
|
Handtekening Arij van der Mij Westerlee Van Berckel not publ. 1715 |
| merk | Gijsbregt Hackel | handtekening | Arij Arijens Besemer | ||||
| Gijsbregt Snoeij | Michiel Lenij | ||||||
| Cornelis Bordelaer | |||||||
| Dirck v/d Linde |
| Merk: | Maartje B | Handtekening | Salomon Kock | |
| Magdallentje B | Arij Besemer | |||
| Maritje B | Jan en Arij Soetermeer | |||
| Kornelis Jonkers | ||||
| Merk: Cornelis Burger | ||||
| Handteken: Jan Butter |

| handtekening: | Lieve Mak | merk: | Jacomijntje Besemer | |
| Adriaantje van der Vlies | Neeltje de Rast |
|
|
van de reeders Eduard Jacob Penning & Co te Schiedam, 1787-1794: Luitenant ter zee bij aanstelling van 30 mMei 1795. |
|




|
Pieter Frederik Bezemer, |
geb. te Antwerpen 5.10.1825 van Regr Medemblik fo 100 van Regr La C no 2 fo 356 op verzoek eervol ontslagen |
|
|
1.10.1840 1.10.1844 1.1.1847 1.1.1857 |
geplaatst als adelborst op het Koninklijk Instituur voor de Marine te Medemblik benoemd als adelborst der 1e klasse bevorderd tot Luitenant der 2e klasse idem Luitenant der 1e klasse |
|
16.2.1847 2.5.1847 21.10.1854 22.5.1857 9.9.1862 |
heeft een voldoende examen voor luit ter zee 2e klasse afgelegd het praktisch examen voldoende afgelegd het theoretisch examen: niet meer dan voldoende (aangemaand zich met meer ijver toe te leggen) terzake der krijgsverrichtingen op de rivier Slakkona Borneo benoemd tot Ridder MWO 4e klasse (res. 30.10.1854 no 136) examen als luitenant 1e klasse voldoende afgelegd 's ministers ernstige ontevredenheid betuigd over de in een door hem ingezonden adres voorkomende ongepaste uitdrukkingen |
|
1.10.1844 18.6.1846 21.1.01846 1.11.1848 20.4.1849 1.9.1849 1.10.1850 1.12.1850 1.5.1851 6.11.1852 28.2.1854 8.3.1854 11.12.1854 16.5.1855 1.5.1856 16.3.1857 5.6.1857 16.4.1858 16.4.1860 1.5.1850 5.2.1861 16.2.1861 25.7.1861 10.12.1861 21.9.1862 10.1.1863 1.11.1863 27.10.1863 |
geplaatst op fregat Ceres naar O.I. over op schoener Zephyt in O.I. idem Arga in O.I. idem brik de Haai in O.I. op non-activiteit bij buitenwerkstelling van de Haai geplaatste op transportschip de Merwede op n.a. gebragt Deze resolutie ingetrokken en om disciplinair gedrag tegen den Kommand. van de Merwede overgeplaatst op het wachtschip de Sambre overgeplaatste op korvet van Speyk (die op die dag in dienst wordt gesteld) idem op stooms Samarang in O.I. uit de rol afgevoerd zijnde met part gelegenheid naar Nederland vertrokken tijdstip van zijn afvoering uit de rol van het stoomschip Samarang om te regelen van famile zaken uit particuliere gelegenheid te repatrieren op non actief gebragt geplaatst op wachtschip te Hellevoetsluis idem schoener Schorpioen bestemming W.I. idem brik Lijnie in de W.I. idem korvet Pallas bij de buitendienststelling van de Pallas op n.a. gesteld geplaatst op de rol van het wachtschip te Vlissingen het bevel opgedragen over boot nr. 44 op n.a. gebragt Bestemd om met het koopv. schip de Johannes Lodewijk naar O.I. te worden overgevoerd ter beschikking gesteld van het Kt der Zeemagt aldaar (res. 14.9.1860) in O.I. gearriveerd en geplaatst op het fregat Palambang overgeplaatst op het stooms Phoenix in O.I. als Kt (res. 8.6.1861) overgeplaatst Korvet Pr Amelia ter opzending naar Nederland om zich te verantwoorden nopens zijne handelingen als Kt van de Phoenix (res. 24.9.1861) op n.a. gebragt geplaatst op het wachtschip te Vlissingen op n.a. gebragt geplaatst als 1e officier op de Korvet Pr Amelia op verzoek voors. plaatsing ingetrokken |
|
Kanselarij der Ned. Orden: |
Pieter Frederik Bezemer, bij KB 21.10.1854 nr. 103 benoemd tot Ridder 4e klasse Mil Willemsorden als luitenant te zee 2e klasse, 1e officier ss Samarang "als hebbende zich onderscheiden bij de in 1853 en 1854 plaats gehad hebbende krijgsverrichtingen op de Westenafdeling van Borneo op de rivier Slakkona en wel als 1e officier ss Samarang zijn kommandant krachtig terzijde gestaan, waarbij zijn moedig gedrag en bedaardheid niet genoeg zijn te roemen o.a. gebleken bij de snel en ordelijk volbrachte landing der schepelingen en militairen, het verderijven en vervolgen van de vijand, hetgeen alles onder zijn leiding geschiedde". |










|
aanbesterven actum corum ap en dependentien Batavia boot (gouden) commansaal contraventeurs feitel heemraad hond Jansenisme kerfcedulle landpoorter morgen municipaliteit patroniem placcaat prelegateren rabat regest roede schieman superstitien yutleggerschip vertichten Vroonvisserij warinc weer wincobslude wijkmeester zesthalf |
iemands eigendom worden door erfenis gedaan in tegenwoordigheid van ... met al wat er toe behoort toenmalige hoofdstad; heet nu Jakarta gouden (vaak met diamanten bezet) middenstuk/slot van een halssnoer iemand die zich voor een vast bedrag inkocht in het gasthuis overtreders morsdoekje, slab lid van een dijk- of polderbestuur oppervlaktemaat: 100 roeden genoemd naar de Nederlandse theoloog/bisschop Cornelis Jansen(ius); een beweging rond 1650 die de RK theologie wilde omvormen in de richting van de genadeleer van Augustinus; bij de heftige tegenstand die zij van de jezuieten ondervond, verbond de bewweging zich later met stromingen die vijandig stonden t.o.v. het centralisme van Rome. overzichtlijst waarop is aangegeven hoe een ingezetene/stuk land bijdraagt in gemeenschappelijke kosten poorter, vrijgesteld van de verplichting in de stad te wonen; bij conflicten had men recht op behandeling voor het stadsgerecht een Rijnlandse morgen is 8516 m² gemeentebestuur naam gevormd van die van de vader (b.v. Pleun Cornelisz) ordonnantie/voorschrift vermaken bij testament ter bevoordeling boven andere in gelijke graad bewrkte strook, geplooid of van franje voorzien samenvatting of afschrift van een oorkonde 14 m² een onderofficier aan boord belast met het opzicht over de tuigage van het voorschip bijgelovige opvattingen of praktijken wachtschip in de monding van een rivier afstand doen vroonwater was oorspronkelijk aan de landsheer toebehorend water; het werd in leen aan particulieren uitgegeven; vroonvisserij wordt ca 1605 door de Rot-terdamse vissers zelf als volgt omschreven:"dat men int diep van de riviere vroonvisch, d.i. salm, steur,elft ende diergelijcke visschen, die onder vroon-visschen begrepen werden, mach vangen." (Rotterdams Jaarboekje 1937, blz 11; mr H.C. Hazewinkel voegt daar- aan toe dat het vangen op twee manieren kon geschieden: "1. met drijf- netten, d.w.z. netten, die men de rivier af laat drijven of met touwen aftrekt en 2. met "schuttingen ofte weringen", echter op een heel andere manier, dan waarop de witvisch op de slikken gevangen wordt. Immers terwijl daar de staken bij laag water in de slikken worden gestoken en de daaraan bevestigde netten bij laag water worden opgehaald, moeten de schutnetten, waarmee men vroonvisch vangt, vastgebonden worden aan palen, die in de stroom ter plaatse, waar de met laag water droog- vallende slikken eindigen, met hamers in de bodem geheid worden en daar den geheelen zomer blijven staan. De laatste methode wordt vooral ge- bruikt bij de zalmvisscherij, ten behoeven waarvan met fuiken aande schutnetten vastmaakt. Zij die vroonvisscherij door middel van schut- netten uitoefenen, mogen deze echter niet dieper in de rivier uitzetten "als een swaen op een gemeen laech water met sijn hals mach bereijcken", terwijl de rest van het water vrijgelaten moet worden voor fegenen, die het recht hebben om met drijfnetten te visschen.") onder een warinc stellen = in bewaring geven alle landerijen die tussen twee sloten liggen verg. wijnkoopsliede; geuige bij een verdrag/overeenkomst dat door een geldbedrag of het drinken van wijn werd bekrachtigd ieman die als taak heeft "het houden van exacte en pertinente lijsten van alle de Personen en Familien in hunnen Smaldeelen (0 onderverdeling van een wijk) woonende, met uitdrukkinge van e naamen" (GAS/OAA 2839 II). Vier keer per jaar moest hij vertrek en binnenkomst van personen contro- leren; het doel was met name de onbeperkte binnenkomst van "geringe per- soonen" - die mogelijk tot last van de Armenkamers zouden komen! - te zilveren muntstuk van 5½ stuiver |
|
In ' Voorhuijs In en vaste Kas Een Rak, daarin In de binnen kaemer Op de boven kamer Een Rakje daarin Op de zolder |
Een toonbank en zoldertje, een kinder melkjuk en twee Emmers, Een Mande Vles, twee banken. Vijf koperen Kraanen en voorts eenig blikwerk en een zuijkerpot. Een Kruijk met bitter Genever, twee dito Ledig, een mande met Ledige Vlessen, Een Degen met koper gevest. Vier bierglaazen, 1 Bocaal en Dito Kleijnder, 1 Azijn Kannetje, Dertien Wijnroemers in Soort, Zeeven Vrijmetselaars Glaasjes en een Koopere Lamp, Een Bierstelling, Twee Groene Gordijntjes voor de Glazen, Een bierkanne Rak Een bank, Zeven Stoelen, twee Tafels, Een Spiegel, Een stoov, Een Dambort met Schijven, Een dito Draaijbort, Een Theeblaadje, Zes Aardewerkse Schoo- teltjes, Een Porcelijn Bakje, en Drie Kopjes, Een Zwarte Trekpot, Een witte Enge Melkpot, Een dito Melkkan, Een aardewerks boterschoteltje, twee kope kandelaars, Een weegglas, Drie Aardewerkse Kommens, Een zwarte sijde hoed, Een Scheerbekken, een wit kommetje, Acht aardewerkse Borden, Een dito Kan en vier Bakjes, Elf tinne lepels, een dito Zoutvat, een dito Peperbos, Een steene Broedpan, een dito melkkan, een Ijzere Ketel, koekpan en Treeft, een dito Aschketel, Een bed en Peuluw 't welke de voorn. Dirkje Zagwijn naar haar heeft genomen, Een IJzere ketting, een dito Tang, Een Vuijlnis blik. Een vuurmande, een Kussen, een Latafel, een Tafel, drie Stoelen, twee Schilde- rijen. Eenig Porceleijn en Aardewerk, een Blik Theeblaadjes, een Kleerbak met eenig Goed, een Koper Confoor, een Strijkijzer Een Sluitmande, een Aardewerkse Sachotel. |
|
Gemaakt zilver werk Art. 1 MEUBELEN, HUIS, cieraad, in- boedel, Kleedern. Art. 2 INSCULDEN Art. 3 LASTEN DES BOEDELS Art. 4 | Een zilver zakhorlogie, een paar dito schoengespen met staale beugels, een paar dito broekgespen met dito, een deegen met een zilver gevest. Op de zolder: Een bed, een peuluw, twee kussens, een hoededoos met een Drie- kantige Hoed daarin, een Lantaarn, een Kleederstok, Enige papieren van geene waarde. Een Haardijzer, een Ijzere Bak, een paar Laarsen, Twee Deekens, Ee- nige leedige Flessen en Kruiken, een Kleederstok, Drie paaren Schoenen, Twee zwarte Camizoolen, Een dito broek, Een grijze Dito, Een bruin laken Camizool, Een blaauwe laken Schansloper, Een blaauwe dito Rok, Een zwarte Dito, Een groene Lakens Jas, Twee witte wolle hemdrokken, Een blaauw buisje. In een kaste op de trap: Vier Rottingen, Een Sabel, Eenige boeken. In de agter Keuken: Een Bed, Eeen Peuluw, Twee Kussens, Twee Deekens, Twee Lakens, Twee Kus- sensloopen, Een paar gordijnen en een Rabat. Boven de Bedsteede en in de Kassen: Een douzijnm aardewerkse borden. In de vaste Kas: Een Kopere Keethel, Een Hangijzer, een tobbetje, Een koper Koffijkan, Eenige potten en pannen, Een witte trekpot, Agt Kommetjes, Drie Staale vorken, Drie tinnen Leepels, Een mes. Op de agter Zolder: Een Stoofje. Op de agtertrap: Een Hamer, een beezemstok. Op de Lijst der Schoorsteen der voorsz Agterkeuken: Vijff aardewerkse Schotels, Vier dito Kommetjes. Een Rakje daarop: Vijfftien Schoteltjes, vier Bierglazen, Twaalff Wijnroemers divers, Een Scheer- bekken, een blikke trommeltje, Een mandje. Zes Stoelen, Een V..tafeltje, Een Ijzere Aschkeethel, Een Kopere Keethel, Een Ijzere plaat, Een dito tang en aschschop, Een houte Theestooff met een kopere bak en aardewerks Confoort, Een Aardewerkse Doofpot, Een dito Confort, Twee Strijkijzers, Twee houte Stoove, Een tafeltje, Een Schoorsteenkleed, Een Leij, Een ijzere Ketting, Een hakmes, Een Kolffbal. In een gangetje: Een Rak met agt aardewerkse borden, daarop een Borstel. Op de plaats: Een zinktonnetje, Twee Emmers, Eenig Schuurgereedschap. In de Binnenkamer: Een matras. Vier gordijnen en Een Rabat, Twaalff aardewerkse Borden. In een vaste Kas: Een mand, Een tinne Koffijkan, Een aardewerkse Dito, Een Dito trekpot melkkan, zuikerpot en theebusje, Vier Schoteltjes, Een kopje, Twee tinne Kande- laars, Een dito Bierkan, Twee blikken theebussen, Een tinne peeperbus, Drie dito Leepels, Een blik plaatje, Twee aardewerkse quispedooren, Een dito Waterpot Op de schoorsteen: Twaalff aardewerkse Schoteltjes, Een Stelletje van vijff Stuks, Een wit Schoor- steenkleed. Drie bedlakens, Een ijzere Ketting, Vijff oude Zakneusdoeken, Vier Kussesloopen, Twee witte hemdrokken, Een Dito onderbroek, Twee Hemden, Een geverwde Tafel, Een ijzere plaat, Een paruikedoos met een paruik erin, Een leuning Stoel In het voorvertrek: Vijfftien Schilderijen, Zes bruine Stoelen, Een Tafel, Eeen spiegel met bruine Lijst. Een bruine Bureau, daarin: Eenige quitantiën uit de Respective heffingen; Verder eenige papieten van geene waarde. In de Eerst Lade: Zeeven paaren Kousen, Een witte onderbroek, Een gezondheid, Twee witte Camizoolen, Eenige lappen. In de Tweede Lade: Een witte onderbroek, Zes dito Kraagjes, Een dito Camizooltje, Twee Dito, Een tafel- laken, Twee witte hemdrokken, Een hemd. Een das, Een paar wanten, Een witte Slaapmuts. Deeze boedel heeft weegens Tractement den overleedene als geweest zijnde Substitut Schout alhier competeerde zoo van den Landes als van deezes Stad nog eenige penningen te vorderen, welke voor als nog niet praeciselijk kunnen wor- den opgegeeven, 'tt'geen alhier dient voor Memorie Onkosten van het begraven beloopen te zamen een Somma van Een en tachtig Gulden neegentien Stuivers en twaalff penningen.- Voorts hebben de volgende persoonen van deezen boedel nog te praetendeeren de volgende sommen welke agter ieders naam zijn uitgedrukt, als: |
|
|
De gebroeders van Kerkhoff te Rotterdam Pieter Besemer Doctor Jan Gijsbert Hodenpijl D.Pieter Brillenburg Transport Barend Weesman Pieter Brons Jan Harmen Hartman David Textoon Tobias van Wagtendonk Abraham Rooij Lodewijk Kelkerman Corn. Guarn Schoorn Maria en Johannes Redenburg Johanna Heijligers Abraham Prooij Johannes Schoonemeijer Willem Schut Willem Bezemer Adriana Bezemer En het gemeene Land Op den fijff en twintigsten September 1801 |
f. 7.18 42.- 98.12 39.- f. 187.10 8.- 19.18 53.5 31.10 5.15 6.11 7.6 6.12 47.8 3.8 3.10 3.- 2.9 26.- 20.- 4.10 f. 436.12 |
(bij fotokopiëring is deel decimalen weggevallen)
|
Bezemer s'oblige de remplacer Kok dans son service à la compagnie de la garde nationale tant en cette ville que dehors pendant tous les temps et de la mëme manière que le dit Kok en serait tenu en son qualitè de menbre d'icelle le tout de maniére à cequi ci ne fait aucunement inquité poursuivi ni recherché à ce sujet. Cet obligation et engagement sont contrctées par Bezemer moyennant cinq francs vingt cinq centimes ou deux florins dix sous de Hollande par semaine, pendant le dit temps et en cas que Kok, ou le dit Bezemer pour lui vient d'être designé à marcher encore en outre cinq francs vingt cinq centimes ou deux florians dix sous de Hollande par semaine pendant la durèe du temps qu' il aura ainsi été en service; plus et sans déduction aux dites salaires un equipementfranc, tel qu'il sera requis et finalement trente sept francs quatre vingt centimes ou dix huit florins de Hollande au jour de l'approbation Kok s'oblige de payer les dit salaires au jour de la mise en activité chaque semaine au dit Bezemer mëme ou à son fondé de pouvoir en espèces métallé que ayant cours de monnaie, comme aussi de fournir à ses frais en cas qu'il ne lui sera fourni au part de l'Empire at finalement de payer au dit Bezemer lors de l'approbation trente-sept francs quatre-vingt centimes, ou dix-huit florins de Hollande, le tout sans déduction au dits salaires En cas Kok obtiendra sa démission, ou que Bezemer tiendra dans l'impossi- bilité de servir pour l'avenirdans tous les cas que le but de présent contract ne réussuite pas, le present contract sera resilié sur le champ et ni l'autre de dommagement |
Bezemer verbindt zich Kok te remplacere in zijn dienst in de gemelde compagnie van de nationale garde, inde zoowel buiten als binnen deze stad gedurende den tijd en op dezelfde wijze als gen. Kok deswegens als lid derzelve verplicht zoude zijn. Alles zoo en de dier voege dat deze ten dien opzichte in geenen deele worde verontrust noch vervolgt Deze verplichting en verbintenis zijn door Bezemer aangegaan om en voor vijf francs vijf en twintig centimes, of twee guldens tien stuivers weekeliks gedurende de gen tijd en ingeval Kok of gen. Bezemer voor hem wordt gedesigneerd om na buiten te marcheren, dan nog daarboven vijf francs vijf en twintig centimes of twee guldens tien stuivers Hollands weekelijks gedurende de tijd dat hij als zoodanig zal zijn in dienst geweest; voorts nog zonder korting aan gen. weekgelden eene vrije uitrusting zoodanig die zal worden gevorderd en eindelijk zeven en dertig francs tachtig centimes of achtien gulden ten dage der goedkeuring Kok verbindt zich om de voorgeschreven weekgelden van de dag der in-dienst-stelling op iedere weeke te betalen aan voorn. Beze- mer zelve of aan zijnen gemachtigden in klinkende munt-speciën, gangbaar geld zijn- de, alsmede om ten zijnen koste aan Bezemer te verzorgen zoodanige montering als zal worden gevorderd in geval ze een van wee- gen het Rijk niet zal worden bezorgt, en ein- delijk om bij de goedkeuring aan Bezemer te betalen zeven en dertig francs tachtig centi- mes, of Achttien guldens Hollands zonder korting aan de gen. weekgelden. In geval Kok uit de gen. Compagnie mocht worden ontsla- gen, of dat Bezemer buiten staat is geraakt den dienst verder waar te neemen en alle ge- vallen waar door het doel van dit contract vervalt, is deze overeenkomst dadelijk ver- nietigd en de een jegens den anderen tot geene schadeloosstelling, hoe ook genaamd, meer gehouden. |
